
| Gedichtenwedstrijd |
|
|
|
Gouden Zandkorrel 2011Winnaars bekendOp 12 juni 2011 vond de uitreiking plaats van de Gouden Zandkorrel 2011. De organisatie van de gedichtenwedstrijd ontving dit jaar maar liefst 135 inzendingen, waaronder 28 gedichten van groep 8 van de Christelijke Basisschool Wakersduin uit Noordwijk aan Zee. De drie beste inzenders van de schooljeugd waren Joe de Ridder, Tim Helmers en Lisa Rooij. Zij ontvingen een boek over gedichten.
Ook dit jaar was er een publieksprijs. Aan het publiek de zware taak om uit een groot aantal inzendingen een winnaar te kiezen. Uiteindelijk kwam Narda Miedema als publieksfavoriet uit de bus met het gedicht “Zeetje spelen”. Uit alle inzendingen waren zes genomineerden gekozen: 1e Rik Dereeper met Dochterjelief
2e rhaemye met De overkant
3e Ann Langereat met Marlon Brando
4e Johanneke Kramer met Vaak aan zee
5e Ellen Vedder met zeerot
6e Hans Schalk met Strandvrouw
De Gouden Zandkorrel ging dit jaar naar het gedicht “Dochtertjelief” van Rik Dereeper uit Kortrijk (België). “Met name de liefde voor het kind komt tot uiting in het gedicht”, aldus jurylid Ortrud Brandes. Tweede werd Rhaeymye met De Overkant, en als derde eindigde Ann Langeraet met Marlon Brando. Alledrie de prijswinnaars ontvingen hun gedicht op canvas met een bijpassende foto van Hans Vink. De Gouden Zandkorrel zelf werd als altijd door Kees Broekhof gemaakt.
Dochtertjelief Zoals een juffie dat met mandjes melken gaat, zo zeul jij lekke emmertjes vol dromen mee. Je brengt me keer op keer een lege liter zee wanneer je morsend waggelt op de ruggengraat
van deze golfbreker. In wankel evenwicht ontwijk je dijen en seizoengelegen lijven. Ik lig windstil, mijn kind, maar jij wil blijven brengen. Pas op! Je struikelt haast uit dit gedicht
recht in mijn armen, wiegend in mijn langste zin. Je glimlach wordt een omgekeerde regenboog zodra ik ijs beloof. We gaan de dijk omhoog, de wereld in. Zon, zand en slagroom op je kin.
Rik Dereeper 2011 Juryrapport Gouden Zandkorrel 2011
Uit de meer dan honderd inzendingen voor De Gouden Zandkorrel is de derde plaats toegekend aan het gedicht Marlon Brando door Ann Langeraet.
Een fijnzinnig en luchtig gedicht dat verrast door de originele en speelse invalshoek. Het begint met een eenvoudige ‘stel je eens voor’ vraag en een voor iedereen herkenbaar beeld, waarmee de aandacht van de lezer direct gepakt wordt. Strofe voor strofe ontwikkelt zich het gedicht via heldere, toegankelijke en herkenbare beelden naar een slotstrofe waarin de verbeelding triomfeert in een pakkend en verrassend slot. Het slotbeeld is krachtig door de combinatie van Grace Kelly en Marlon Brando en het contrast tussen ‘vuilnis rapen’ en ‘gouden zandkorrels’. Het slot is met recht de parel van het gedicht. In de ogen van de jury verdient dit gedicht daarom de derde prijs.
De tweede plaats toegekend aan het gedicht De Overkant. De dichter noemt zich Rhaemye, vermoedelijk een pseudoniem.
Het verslag van een voetbalwedstrijd over de radio is een doorlopende woordenstroom waarin zinnen niet gemarkeerd worden door pauzes, laat staan door hoofdletters of leestekens. De gedurfde vorm van het gedicht De Overkant vertoont de kenmerken van een dergelijk verslag. De beelden worden gestapeld zonder gebruik van interpunctie en de tekst loopt achter elkaar door. De gekozen vorm illustreert de inhoud, want een allochtone vader ligt op een Nederlands strand, alles om zich heen vergetend, te genieten van een voetbalverslag op de radio. Hij heeft zelf nooit het geld gehad voor een bedevaart naar Mekka en hij heeft Engeland, zijn ideale land, nooit zelf kunnen bereiken. Wel heeft hij zijn zoontje van vier verteld over dat gedroomde land aan de overkant van de Noordzee. Terwijl de vader naar de radio ligt te luisteren, probeert het zoontje voor zijn vader een weg naar de overkant te maken. Als het eindsignaal van de wedstrijd klinkt en de vader om zich heen kijkt, is het zoontje verdwenen. Het begrip “overkant” slaat dan om in een verrassend en realistisch gepresenteerd inkijkje in het hiernamaals.
De jury van de Gouden Zandkorrel 2011 is unaniem tot de conclusie gekomen dat De Gouden Zandkorrel gaat naar Rik Dereeper met zijn gedicht Dochtertjelief.
Dit gedicht springt er zowel in beeldspraak als in de toepassing van stijlmiddelen boven uit. Het misleidt je in eerste instantie in zijn oppervlakkige eenvoud – drie rijmende coupletten, geschreven in een omarmend rijm A B B A, traditioneel, herkenbaar en dan, bij nader inzien zo verrassend. Waarom? Men kan al in de titel een aanduiding vinden: een verkleinvorm met een bijvoeglijk naamwoord gecombineerd. Hoewel “dochtertjelief” als aanspreekvorm wel vaker wordt gebruikt, zouden combinaties als “dochtertjeschoon” of “dochtertjeklein” minder gebruikelijk zijn. Maar het gebruik van de aanspreekvorm “dochtertjelief” suggereert dat het gedicht niet alleen over het kind als kind gaat, maar eerder over de alles overstromende liefde en bezorgdheid voor dat kind als gehele persoon. Daar op dat strand - op dat moment - gebeiteld in het bewustzijn, wordt zo een liefde in dit gedicht zorgvuldig in kaart gebracht. Met alliteraties en assonanties als, “zo zeul”, “met mandjes melk”, “lege liter”; met assonanties “emmertjes vol dromen mee”, “keer op keer” en aan het eind van het eerste couplet “waggelt op de ruggengraat”. Op eigen kracht stap je je eigen wereld in via ontredderende metaforen van hard werken en dromen die terloops verloren gaan. Deze beweging vertaalt zich, door het enjambement – het laten overlopen – van het einde van het eerste omarmende rijm in de 4de regel van het eerste couplet naar de eerste regel van het tweede couplet. Pas hier is de zin voltooid, midden in de regel. Een dramatische zet waarmee het geobserveerde Jij uit zijn onnozele kwetsbaarheid wordt gehaald. Welcome to reality! Het is maar de strandwereld, maar toch. Woorden als “golfbreker” en “seizoengelegen lijven” functioneren als metaforen voor de echte wereld die je binnenstapt als kind. Onverwachte bedreigingen zoals losse stenen en droomlege lijven kunnen je letterlijk breken. En zo komt de IK nu officieel te voorschijn. In de derde regel van het tweede couplet is hij er voor zijn kind. Hij ziet het al aankomen, nog kan hij haar beschermen in de harde wereld, waarschuwen “pas op”, anders struikel je nog … wat uiteraard prompt gebeurd, in de laatste zin van het tweede couplet. Het kind struikelt uit het gedicht, in het einde van het omarmende rijm, en wordt opgevangen in de eerste regel van het derde couplet. Punt! Nu zijn JIJ en IK nog een keer WIJ. Vallen en opstaan en, als het lukt, troosten. Troosten in mijn langste zin! Zonder schrik, tranen en bijkomen te noemen krijgt het kind de kans zich te herstellen, wat zich uit in een stralende metafoor, de omgedraaide regenboog van blijdschap en belofte. Het komt allemaal goed, geen Grieks drama in dit gedicht, maar wel het bewustzijn van de mogelijkheid ervan. Iedereen is kind, iedereen wankelt en waggelt, maar in de veronderstelling van een vaste ondergrond, in de veronderstelling, dat de emmer met dromen geen lek mandje is. Iedereen krijgt de kans gered te worden of zijn lief op te vangen in de langste zin. De langste zin, samengevat in één woord: Dochtertjelief! Een verdiende eerste prijs, dank u wel en gefeliciteerd Rik Dereeper.
De jury: Bob Rigter, Nico van den Raad en Ortrud Brandes
Noordwijk, 12 juni 2011
|