3.jpg
Gedichten volwassenen

Alle gedichten die meedongen naar de Gouden Zandkorrel 2012.

1.Een vraag:

hoe diep is diepte nou?
In een plas van cyaanblauw?

Dus dook ik maar met duikertje

Ik zag een kwal
grootste van al
die bubbelde blaasjes makend;
'jij blubt hier niet, stuk landverdriet,
je einde hier is nakend!'

Een octopus pijlschoot naar mij
terwijl hij witrood kleurde
toen ie werd camouflagebruin
en duikertje met inkt besmeurde

Ik steeg snel op naar 't oppervlak
al was 't een lieve lust
en dacht -niet echt op m'n gemak-
de zee laat je met rust

Jery Revets

2.how deep is the ocean?

ze hadden het er al over
in een liedje
en boeken
maar niemand
wist werk’lijk
hoe peilloos ze was
soms liet ze zich gelden
een zeemansgraf
in Noordwijk
of Katwijk
ze nam en ze gaf
de zee
die zee
hoezee
hoe zee

Sabine van den Berg

3.Gedicht op Noordwijk

Noordwijk ik zing van Uw Gouden stranden.
Goudgeel kleurt zich Uw kust en Uw geest.
Eeuwig roemt men Uw zilte zielen, zo gestoelt op trouwe zeemansleest.
De visser vangt zijn netten vol met zilveren vrachten, vlug naar huis voor vrouw en kind, als dan daar in de verte de klok voor de avondstilte klinkt.
Dan moet ik zingen van mijn Noordwijk, waar toch eens mijn wiegje stond en van dat volk gehecht aan zeden, dat toch trouw weer iedere storm weerstond.
Dan wil ik zingen van het liefste wat ik ooit bezat op aard, van mijn goede Noordwijkse leven trouw aan strand, zee, en aard.
Noordwijk ik zing van Uw Gouden velden.
Geestgrond vol met geurige bloemen pracht.
Nooit zal ik die tijd vergeten, dat ik al  mijn dagen  daar verbracht.
De boer die plukt zijn bloemen met volle vrachten, vlug naar huis voor vrouw en kind, als dan daar in de verte de klok voor de avondstilte klinkt.
Dan moet ik zingen van mijn Noordwijk, waar toch eens mijn wiegje stond en van dat volk gehecht aan zeden, dat toch trouw weer iedere storm weerstond.
Dan wil ik zingen van het liefste wat ik ooit bezat op aard, van mijn goede Noordwijkse leven trouw aan  strand, zee en aard.

Els Bax

4.De zee in 3D

In gedachten verzonken
De spelonken, van je geest
In de stille wateren ben jij nog niet geweest
Het is de bruisende zee, het ruime sop
Wacht niet wat er komt, er is  geen tussenstop
Grond onder je voeten
Het is ver te zoeken. Zet je zeilen bij
Doe alles uit de doeken. Keer om; het tij

Vrij van conventies. Gooi alles overboord!
Ga buiten territoriale wateren in volle vaart
Doe de knopen los. Ongestoord.
Doe recht. Zet je zelf op de kaart!

In lengte van dagen moet je weten
Zoek naar het hoogste
Om het breed uit te meten
Hoe hoog zijn de golven? Hoe breed is het strand? Hoe lang hou jij stand?
Heb je enig idee?
Het is jouw verhaal
Driedimensionaal
Zo diep is de zee.

Victor van der Valk

5. Hoe diep is de zee?

Als ik het denk te weten verrast ze mij steeds weer;
Haar diepste diepten kennen? Het lukt mij niet; Geen keer!

Dan zegt ze: “Wat een vraag! Zou jij dat willen weten?
Hoe diep? En dan vandaag?
En hoeveel zout en zoet ik ben; En of ik ook jouw diepte ken?”

“Zo werkt dat niet m’n lieve schat! Zoek jij maar; Dag na dag!
En dat je naar mijn diepste diepten, een leven zoeken mag!”

Ferrie Moene

6. Kalksteengroeve Winterswijk

Een meter of twintig boven N.A.P.
zo diep is de zee bij Winterswijk
een plateau van zout en schelpen
elke eeuw een millimeter opgetild
door een trage onderaardse ober.

IJsgletsjers zorgden voor een deksel
van zand en keien, hele bulten soms
de Achterhoekers hadden geen besef
van de zee, dat de zee zo dichtbij was
onder hun voeten als het ware.

Pas met de kalksteenwinning
kwam het een en ander boven water
een zeemonster uit het Trias
kreeg eindelijk een naam:
Nothosaurus winterswijkensis.

Bennie Sieverink

7. De zee en ik

De kust is bij ons nog nooit zo mooi en zo breed geweest.
Pas vernieuwd en beschermend
wordt de zee
door ons niet meer gevreesd.

De maan weerklieft met zijn heldere stralen de duistere zee.
Met hun schuimende koppen nemen de golven
alle stralen in
de diepte met zich mee.

Elke dag kijk ik naar jouw blauw, vlak daarna weer grauw.
Ieder keer ben jij weer anders
mij ontgaat niets
zee, ik hou van jou.

C. van den Berg

8. antwoord

de kleine jongen
blozende wangen
onwetend nog

rennend met emmertje
van kust naar kasteel
de koning nog

de man
gebogen, bleek in gelaat
doorleefd

wandelend met hond
langs de lijn
slechts wachtend nog

de zee
oneindige golfslag
overspoelt  diep van binnen

wetend nu

Erna Kagenaar

9. De diepe Zee.

Niet te meten zijn de dieptes, van de diepe diepe Zee.
Versluierd voor ‘s mans ogen, laat de walvis haar kind zogen
in de diepe diepe Zee.

Onder water hoor ik stemmen die mij roepen kom ga mee,
Het is Godin Sirene vanuit de diepe diepe Zee.

Van het Zuiden tot het Noorden, van de West tot in de Oost,
Nimmer gaat daar iets verloren,  vanuit de diepe diepe Zee.

Wie respect heeft voor dit Alles en niets minderwaardig acht,
Geeft zij haar geheimen prijs, van de diepe diepe Zee.

Pieter J. Duivenvoorden

10. HOE DIEP IS DE ZEE

Hoor de zee eens ruisen
en zie de golven bruisen
kijk eens hoe dat het spat
ruik de geur van 't zilte nat
Voorzichtig lopen in de zee
ga niet te ver hoor o nee
Want hoe verder dat je gaat
Des te dieper dat je staat
En hoe diep de zee wel is
Nou dat is echt niet mis
Het is goed om te weten
En valt bijna niet te meten
Soms is de vloed wat later
En dan hoor je het geklater
Maar als het eb is in de zee
Deint het water kalmpjes mee

En de zonsondergang in zee
Daar word je blij van en tevree
Daarom is het ook zo fijn     
Om aan de keune kust te zijn

Truus Beukers

11. juttersbitter

ze nam haar aquablauwe jurk, scheurde er de ruches af
liet ze vliegen met de wind als veren van een dode meeuw

spoelde haar verlaten stranden tot ver achter de duinen
waar de jutter zich op kruidenbitter stortte
tot hij verdronk in onophoudend maren

had hij haar branding afgezocht naar de verkeken kansen
zijn naam geschreven in laagtij als een verbond voor later
doch nooit gezien hoe mooi ze eigenlijk was

kwam hij nu maar gezwommen in haar moederlijke armen
ze zou uit pure liefde hem haar eigen leven baren

enno paulusma

12. hoe diep is de zee?

soms kun je tot de bodem kijken
en ziet planten en vissen, die het water verrijken
hoe diep de zee ook is
de druk van het water is een hindernis
we bouwen robotten
om te spotten
wat zwemt er rond?
wat leeft er op de grond?
we zien een rif of zandbank, maar……
soms is de zee onpeilbaar

N.A.E. van den Brink – Spaander

13. diep in mij is een zee

vol verlangen naar vrede vrijheid en
het gouden muiltje

sjaan van kekeren – brouwer

14. Gevaren van de zee en van het strand

Mijn meisje hield van zonnen in het zand.
Zij trok zich van het water nooit wat aan.
Zij lag te bakken, las de middagkrant.
Sprak zoet: ‘Als jij graag wil, moet het gedaan.’
Ik nam een duik en liet mijn voeten slaan.
Mijn hersens gingen ritmisch daarin mee.
Ik reikte naar de bodem, dacht spontaan:
‘Hoe diep is de onmetelijke zee?’

Maar toen zij eens volledig was verbrand,
Gaf ik top moppie helder te verstaan
Dat ook voor haar de tijd was aangeland
Te zwemmen of te kiezen voor een baan.
Ik trok zus zo naar zwin bij volle maan.
Met heel mijn hart stiet ik een duw of twee.
Ik zag de schat nooit weer en liet een traan:
‘Hoe diep is de onmetelijke zee?’

Neptunus, heerser van de oceaan,
Zijn driftbuien nu wel zo’n goed idee?
Voorgoed is mijn geliefde heengegaan.
Hoe diep is de onmetelijke zee?

Willem Ruigrok

15. Gestrande liefde

Door: M.J. van Beveren

Met   lange,   blonde   lokken
Voeten   dansend   op   het   zand
In   de   zilte,   zwoele   warmte
Is   zij   de   mooiste   op   het   strand

Als   zij   vlindert   door   mijn   lichaam
Komen   lust   en   liefde   saam,
bij   ’t   aanschouwen   van   dat   schoons
Maar   ik   weet   niet   eens   haar   naam

Ik mijmer ; zij komt naderbij
Mijn dromen neemt ze mee
Dan verdrink ik in haar ogen
In de diepte van haar zee

M.J. van Beveren is een pseudoniem van Hans Schalk

16. water water water

plasje plas vijvertje vijver
meertje meer kanaaltje kanaal
slootje sloot vaartje vaart
en riviertje rivier

wat ik bedenk aan kleine en
aan grote wateren ze zijn
gaaf in toom te houden
diepgravend mensenwerk

het diepzeewater liquideert
de mensen, dieren, landschappen
wie trotseert stormgetij?
wie doorstaat waterland?

de zee slaat voortdurend op tilt
watersnood wrede tsunami
diepte verleent dit kwaad
veel te hoog mensenwerk

in een bijbelse mythe loopt
iemand over woest water hij
waakt om een man voor hels
zinken te beschermen

© anne bult

17. Storm

Over de Polle
Beaufort 8 tot 10   
Tussen Duindamsche Slag
En het Langeveld
De Diepte

Rust
Achter het Duin
Gelukzalig genoegen
De Wijde Blik
In het Zandstuif  Vertoeven

Laat ons
Laat ons maar even
Storm deert ons Niet
Laat het maar Gloren
In de Diepte

Laat de Wereld maar Stormen
Het Tastbare gaan
Mijn Innige Liefde blijft
Door Diepe Zeeën
Bij het Licht
Van het Wassende Water

Paco  mei 2012

18. Hoe diep is de zee?

Tranen golven
ik ben bedolven
afzakkend naar de bodem
alleen het water
heeft zich neergelegd
wast mijn onschuld
niemand mist mij
totdat de diepte van de zee
wringend door de aardkorst
en ik mee gezogen word
in het eeuwige heelal

Daardoor val ik steeds dieper
tot nieuw water mij omringt
en een majestueuze vogel
een onbekend melodietje zingt
geen tranen meer
zij zijn te kostbaar
om wederom uit te spreiden
want ik weet…
ik hoef nooit meer te lijden

Berna Roorda

19. Druppels

Hoog in de bergen uit een boom
Vielen regendruppels in een stroom

Ze riepen tegen de andere druppels, kom mee
We gaan met zijn allen naar de grote zee

Het bleef lang regenen want het was slecht weer
Zo werden het er keer op keer steeds meer

Het stroompje werd een stroom vol van geweld
En menig boom werd door het woeste water bruut geveld

Het water borrelde en bruiste het ging verschrikkelijk te keer
Maar uiteindelijk werd het droog en kwamen er geen druppels meer

Nu werd het water vriendelijk, haast teder om te zien
Het kabbelde en klaterde zo heerlijk bovendien

Zo stroomde het langs veel plaatsen en steden
En ging het steeds meer verder naar beneden

En ja hoor wat gebeuren moest dat kwam, hoezee
Na lange weken stroomden de druppels juichend in de zee

Hoe diep de zee is zullen ze nooit weten
Maar de reis er naar toe zullen zij nooit vergeten

Arie Turk

20. zo diep de zee

Ze stak een bloedrode parasol in het zand
een meter van de vloedlijn
tussen verbleekte schelpen
dwars door een verdronken palmenblad
ze zag dat golven voor haar bogen
boog terug voor ze de zee inging
goud verliep naar grijs en zwart
ze zag het licht verdrinken
hoorde het bonken van haar hart
dook diep, dwars door het grijs en peilloos zwart
tot er geen zwart meer was

een visserman bracht haar aan land
toen het water van haar lichaam verdampte
bleven bloedrode zoutkristallen op haar huid
blonken robijnen in haar ogen
brak krijsend een nieuwe nacht.

Willem van de Woestijne

21. Veine

Ongeschonden ligt zij daar
door zandkorrels omgeven
blaast een zachte wind
de nacht dichterbij

voetstappen lopen langs
ontkennen gehaast de afdruk
van haar frêle schoonheid
vertrappen het pure minnen

een zijden gloed omarmt niet meer
jaagt afstand door verspillen
langs verbeten zoekende handen
verspeelt ook hij het kleine veine

Metha Schilder

22. Bodemloos

Ik duik
in een golf
van emotie
doorbreek het oppervlak

Ik verander
onder water
wereld die verandert
van perspectief

Ik proef
zoute slokken
die verleiden
de diepte in te gaan

Ik eindig
in stille grootsheid
onbereik de bodem
in duisternis

Frank Lubbers

23. ONDERSTROOM

Ik ben een eiland tot in het diepste
binnenland van mijn gevoel.
Geen gespannen boog aan overbrugging die
de weg opent voor landveroveren,
geen engte die ingesloten door kwelwater
alleen maar leidt tot schandelijke nederlaag:
schiereiland.
Mijn eiland is rond, het is mijn morgenland en avondland,
mijn gisterland en morgenland - mezelf genoeg.
Trots inspecteer ik de verstevigde wering,
bestand tegen alle nukken en grillen van de natuur,
voel daarachter de luwte van de lijzijde,
overzie vanuit de hoogte de volle breedte
van het water dat langzaam langs stroomt,
alsof het slechts in eerbetoon aan mij voorbij wil gaan.

Merk dan hoe sterk de onderstroom
naar het vasteland toe trekt, constateer ook
dat de geul goed bevaarbaar is en
m'n aanlegsteiger er weerbestendig bijstaat.

Johan Zonnenberg

24. een dag aan het strand

veronderstel een duik
in waterdicht pak met
dieptemeter om de pols
en wat kruiken buitenlucht
om te overleven

daal af tot op de bodem
loop voorbij atlantis
en andere verzonken rijken
groet poseidon de nixen
en neïriden in de schaduw
van de witte walvis

volg het spoor van kraken
luister naar het fluisteren
van de zeemeermin die de
geheimen van de diepzee kent

Gerard Scharn

25. Zeevrouw

Wat als golven rimpels zijn,
de zee een bejaarde vrouw werd, leven
op aarde baren haar grijze haren gaf,
zij het verzuimde die af te scheren scheer-
schuim ruig afvegend op stranden, schelpen
brakend van medicijnen die niet werkten?

Ik mat mijn oma van op haar haargolven
tot onder haar verkalkte krabbepoten,
mijn lintmeter hobbelde over huidgraven
over korsten waaronder haar man
ademde, over builen die leken op duinen
waarvan elke korrel mij aanstaarde.

Ik denk niet dat ik met een meter zestig
benaderde hoe diep haar water was. Een
meter zestig klinkt zo kaal als haar hoofd
bij de laatste keer dat ik haar zag. Nu haar
water stilstaat, wordt ze gemeten van links
naar rechts - exact.

Bob Vanden Broeck

26. Diep

Aangetrokken door de angst
Spartelend en opgewonden
Vonkjes tintelen volop.
Je hangt daar in het diepe water
En juist die afstand maakt je gek.
’T Liefst zou je gillend over het water rennen
opstijgen van de blauwe kolk.
Je ziet de bodem wiebelen,
Je kunt goed zwemmen als een haai.
Toch ben je bang voor de verre diepte,
Omdat je niet weet hoe diep hij is.

Liza van der Peijl

27. Onstuimig, als de zee tijdens een storm

gaat het hart van een jonge vrouw tekeer.
Starend, naar schuimende koppen in hartjesvorm
vanaf de preekstoel op het Atlantische veer.
Deze boot, mist een machtige bolle truus
om de strakke wind te vangen in volle zeilen.
Wat jammer, denkt de vrouw maar geen excuus
ik vaar over om de liefde van mijn minnaar te pijlen.
De liefde pijlen, hoe diep zou de zee eigenlijk zijn
mijmerde ze hardop vanop de voorsteven.
Nu eerlijk gezegd, het kan me wat op Valentijn
zolang ze tjokvol zit met wonderschoon leven.

Wintrow Paragon

28. Ingepalmd

Onder golven van toppunt
duiken naar gesloten oesters
en het geheim van zijn verdwenen parel

tussen flarden slap geouwehaai
om op mijn adem terug te komen
hoofd aan kant, het stille van verwateren

net zo glad als de oevers van ogen
klinkt het open einde in een lied

hoor je...zo diep gaat mijn liefde niet.

Monique Methorst

29. golven schuren,

wiegend heen en weer
gedachten als zandkorrels
glijden tussen mijn vingers door
verwaaien zijn niet meer

drijven mee op de stroom
van eb en vloed
geen begin en eind
raken het water
tussen zout en zoet

het zilte zout
zonder mededogen
neemt mee
gedachten als zandkorrels
vochtig en vast geklonterd
die er niet zijn mogen

hoe diep is de zee

Marjolein Zegers-Hammer

30. korrels voorbij de grens

 Tony Vanhee

31. Golven slaan stuk

Aan mijn voeten
De zee is driftig
Wild en onbezonnen
Mysterieus en diep
Grote vlakte
Woest water
Het wordt later

Mijn voeten
In de branding
Mijn blik op de horizon
Gedachten op oneindig
Er is één ding
Wat ik haar vragen wil
Wat is het nut
Van deze bodemloze put?

Marjolein van Driel

32.Hoe diep de zee is

We denken allemaal te weten hoe diep de zee is
alsof we het hebben over het halfvolle glas, waar de
bodem altijd verder weg is dan we denken, na een tijdje
kunnen we niet eens meer zien wat de inhoud nu was.

We hadden het over iets anders en de zomers verstreken
tot dat ik ‘s nachts de zee welterusten zei door de schelp en
bedacht dat ik zou lopen over de zeebodem, en dan uitkwam
bij een dorp, met keukenzoutboerderijen en zeewierapotheken.

De vissersman achter de balie met gezonde kwallenkoeken
zou dan vertellen over de diepe diepte van de zee, waarbij hij
zacht en geheimzinnig vertelde; de zee is net zo diep, als de lengte
van de golven keer twee, maal de reistijd om Engeland te bezoeken.

Marieke Rijneveld

33. Hoe diep is de zee?

Golven slaan,
schuimend in zilte wind,
tegen rotspunten aan.

Toren hoekig uit.
Boven zeespiegel kletsend,
in krachtig geluid.

Beantwoorden vragen
en fluisteren zacht.
In zandkorrels beslagen,
ze houden de wacht.

Weten ze hoe diep de zee is,
in koraal geschreven.
Waar de waarheid alleen,
aan de oceaan is gegeven.

Marise May

34. Dagen onder water

Ik weet van de geheimen van de Zee
Van de dagen onder water
Ik verdwaalde in de Zee
In de dagen onder water
Jij bleef achter op het strand
En het was toen dat ik zag
Dat de Zee niet diep is zoals een kom
Maar zoals de buik van de aarde
Ik kwam ze tegen en ze lachten
Met hun blauwe scherpe tanden
Ze prikten en ze gaapten
In de dagen onder water
Niemand weet hoe diep het is
Niemand kan het meten
Maar één ding weet ik wel
Dieper dan we weten

Rebecca van der Vliert

35. Hoe ver zal ik gaan?

Alsof ik mijn eerste stappen zet
zo onzeker voelt het wanneer
het zilte water over mijn voeten stroomt.
Hoe ver zal ik gaan?

Alsof ik voor het eerst zwem
zoveel angst als ik neervlij
en golven klotsen tegen mijn stijve lijf.
Hoe sterk is haar kracht?

Alsof ik geen beelden wil herkennen
van voorbij drijvende herinneringen
wanneer wroeging zich vastklemt.
Hoe groot is haar drang?

Want als ik mijn ogen sluit
vraag ik mij af: Hoe diep is de zee?

Doortje Stam

36. Hoe diep is de zee ?

Mijn vader zegt: “ Kijk uit, ze is diep, 
heel diep op sommige plaatsen..”
“ ja Pa, ik zal niet ver gaan,
u weet, ik kan bij 2 meter al niet staan.”

Leni Kuper

37. Diepblauw

Zeeën verbergen
Hemelen weerspiegelen
Diepe gedachten

Athalia Brander

38. Te diep is mijn zee

Ik zei nog zo: geen bommetje
maar met armen om gebogen benen
spring je in mijn ideeënzee
en schiet als peillood dieper
dan waar ikzelf ooit was.

Ik riep je na: niet, niet nu
je bent verdwenen al
achter kolkend oppervlak
strekt je uit om alles af te tasten
zielenroerselen hersenspinsels.

Je dacht: wat kan het kwaad
want wat is diepte wat is zee
jij ziet geen grove golven rollen
over randen van mijn hersenpan
jouw plek is mijn diepte.

Ik huilde hoopvol tevergeefs
op de bodem loert de achtarm
verstrikt de streng van wirwarwier
jij zult nooit vinden wat je zoekt –
te diep is mijn zee.

Peter van Duijvenboden

39. Jij en ik

Wij zijn anders, niet “normaal” zeggen ze dan,
Want ik doe iets zonder na te denken, impulsief noemen ze dat
Jij doet iets zonder na te denken en trekt je slippers in de winter aan
Ik heb moeite met structuur, die maakt dat iets rommelig word
Jij hebt moeite met veranderingen wat jou boos en verdrietig maakt
Jij niet weet dat je rustig moet lopen en daardoor veel brokken maakt
Ik te druk ben en niet na denk om de deur open te trekken en daardoor mijn hoofd stoot
Jij iets zegt in jou wereld taal en iemand jou niet begrijpt
Ik iets zeg zonder na te denken en het een warrig verhaal wordt
Ik binnen zit in de zomer omdat ik te veel geluiden hoor en mijn hoofd al zoveel drukte geeft
En daardoor even mijn rust neem
Jij die druk en warrig bent omdat alles te snel gaat en je het niet volgt en in de zomer binnen zit om even rust te hebben
De druk voelt wat de maatschappij van je verwacht en daardoor het gevoel hebt niet goed genoeg te zijn
Maar de maatschappij zich te druk maakt wanneer de auto niet mooi genoeg is,
De tuin niet groot genoeg is, je niet het duurste horloge draagt en niet de mooiste schoenen hebt,
Stiekem naar de Aldi gaat en het zo maakt alsof het bij de slager is gehaald,
Facebook dient om te vertellen hoe mooi je vakantie in Griekenland was, maar ze eigenlijk in een tentje in eigen land op vakantie zijn geweest,
Mijn vraag is dan wie is er niet “normaal”, wij zijn onszelf terwijl de maatschappij in een fantasie leeft en niet zichzelf durft te zijn.

Moniek Harmsen

40. Geen zee is mij te diep

Diepte van de zee
Biedt mij geen helder perspectief
Ik kijk graag in de verte
Waar ginds de ruimte wenkt
De hemel aan de aarde raakt
Nieuw land ligt in ’t verschiet
Maar diepte van zee die deert mij niet

Het water draagt mij voorwaarts
Zolang geen angst of vrees mij overspoelt
Of kramp mij stuurloos maakt
Mij naar peilloze diepten zuigt

Ik klamp mij aan het spreekwoord vast dat luidt:
Met een goed geloof en met een kurken ziel
Drijf ik elke zee wel over
Kortom, de diepte van de zee
Die deert mij niet
Ik heb een helder perspectief
Geen zee is mij te diep

Sybren van Weidum

41. Zo diep als de liefde

Wanneer je tenen de bodem niet raken
de nacht ruikt naar aangespoeld leed
wanneer hartstocht voorbijgaat in zacht razen
en hoop stiekem in wanhoop gleed

wanneer je mond geen lach meer kan geven 
en vreugde geen woord te zeggen heeft
wanneer verlangen tot voorspel is verheven
en angst willoos aan je handen kleeft

weet dan dat liefde ook jou zal overkomen
het dringt binnen zo diep de zee kan zijn 
dan zal passie door je lijf gaan stromen
en je eindelijk bevrijdt wordt van zielenpijn

Jeannette Jansen-Kim

42. Diep, diep in mij.

Ik zie de zee.
De verte.
Een wazig grijs,
Kleurt zich van grijs
Naar blauw in turquoise groen.
Witte schuimkoppen,
Beroeren mijn voeten.
Ze verdwijnen in de zee.
Het water komt en gaat.
Tot het mij overspoelt.
Meeneemt, mij omarmt,
Opbeurt en terug laat vallen,
In haar diepte.
Het voelt vertrouwt, veilig.
Mee in de cadans
Van het leven.
Ik dans.
Oneindig is mijn leven.
Het is eb en vloed.
Diep, diep in mij…

Gerda Ambergen

43. Droombeeld

Voel mij
als
een zeemeermin.
Gevangen
in een web
van verlangen.
Een droombeeld,
een illusie,
die ik mij
niet verbeeld.
Een duik
in de
diepe wateren
van de
betoverende zee.
Dat droombeeld
neem ik
dan
voor altijd
met mij mee.

Tilly Duijndam-v.d. Plas

44. Onmetelijk

Met zeewier is mijn hoofd omwonden, mijn hoofd dat op het droge ligt.
De rest rust onder water in het zwinnetje. Die heren van de EHBZ, die
willen ook alles van je weten. En maar vragen. Waarom vluchtte je voor
zwarte vogels met blanke dolken? Was de zee nog vol van woede toen je
neerstortte? Zonk je naar het diepste diep? Was er echt niks te horen? Hoorde
je op het laatst niet in de verte een cello spelen? Nee, dat niet. Het was gewoon
onmetelijk stil en diep. Op het laatst zwom een geweldige witte vis geluidloos voorbij.
Hij groette mij en prompt steeg ik naar boven.

de zon gaat op
over de aangespoelde
vogel

warmte dringt in hem door
en hij gaat op de wieken

.......................................
N.B. Dit is een haibun, dat
wil zeggen: gestileerd proza
met een haiku of tanka.

Amos Kurzweil

45. Blauw

Stille blauwe diepe wateren
Zijn de spiegel van jouw ziel
alleen mijn eigen ogen
kan ik vinden
niet de schat
die op de bodem ligt

Dagmar Dousma

46. Diep

Er kruipt een kind in mij
Over mijn huid van glas, het voelt
geen angst voor diepte of hoe de waterman
zich te ruste legt op mijn kust

Er woont een man in mij
Diep onder water achter mijn ribben.
Als ik mijn oor daar aanleg en heel goed luister
hoor ik de zee

Hartstochtelijk fluistert hij brieven
stuurt maanlicht in flessen omhoog
met tien vingers schrijft hij zijn liefde

in het schelpenzand dat opwaait
bij de vleugelslag van meeuwen, en daar
waar het kind zandkastelen voor ons bouwt

©Kate Schlingemann

47. De diepte onder de zee

Mijn voeten nat
Het water tot aan mijn knieën
Dit is het begin van de zee
Hij verbergt wat

Hoge golven
Likken aan de lucht
Diep daaronder zwemmen vissen
Plat en onder het zand bedolven

Ik duik naar de bodem van de zee
Kilometers op weg naar het gouden zand
Zie prachtige planten en vissen
Daar op de bodem vroeg ik me af: hoe diep is de zee?

Kenny Lyard

48. Kieuwen voor een dag

Onder de waterspiegel wandel ik
om te zoeken
naar wat normaal verborgen blijft.

Waar te beginnen
met graven in diepe oneindigheid.
Vuistbijl en hyenakeutel verstopt
in de modder van de Bruine Bank.
Een sabeltandtijger, op zijn rug.
Boven dansen de schaduwen van vissersschuiten.

Even leg ik mijn hoofd
tegen de zijkant
van wrak Scott.
De stilte overvalt me
als een betraande steur voorbij zwemt,
alleen.

Elke stap
maakt mij kleiner
maakt haar groter
tot ik vergeet waar ik naar zoek.

Maev van Eijk

49. Hoe diep is de zee?

Ik hoop diep genoeg
want ik heb wat schrik van kwallen
en krabben
en haaien
en zo …

Sorry.

Maar elk jaar met carnaval ben ik dan wel weer een zeemeermin
en dan mag het hier wel helemaal onder water staan.

En dan maakt het niet uit hoe diep de zee is
Dan maakt het uit waar de kwallen
en krabben
en haaien zitten
en of ze misschien met mij zouden willen spelen.

Karen Schwall

50. Hoe diep is de zee.

Als ik zou willen weten
Hoe oneindig diep de zee is
Zou ik lopen langs de kustlijn
Met gesloten ogen
Dan zal ik er achter komen
Dat ik niet wil weten hoe diep
Maar wat er is  onder de zeespiegel
Ik wil niet proberen
Het naar boven te halen
Want langzaamaan zal het smelten
Dat weten is genoeg.

Riet de Winter Berbé

51. een plekje

Ergens is een plekje.
Een plekje voor mij alleen.
Al mijn zorgen
en al mijn twijfels breng ik daarheen.

Ergens is een plekje.
Een plekje diep in de zee.
Alles waar ik over pieker
drijft dan met de golven mee.

Al mijn zorgen en al mijn twijfels
komen daar terecht.
En als ik dan weer thuis ben
lijken ze niet meer echt.

Sandra Duijndam

52. Verstrooiing

het water
ontvangt
koel
het eens
warme lijf

je dwarrelt
in deeltjes

verbindende
herinneringen

zien we je ooit weer

aan de andere kant
we weten niet
hoe diep
onze geliefde
de zee
is

Wil van der Salm

53. hoe diep

is de zee nu
gletsjers ijlings smelten
het koude koralen hart huilt
vloedgolf

de zee
verontreinigd
de stille oceaan stiller
duizenden zeebewoners dood
zwaar weer

baden
in zeeën van
hemelsbrede ruimte
onbewuste oneindigheid
zwem ik

naschok
zware beving
golven van tien meter
laten levens genadeloos
vergaan

Marloes Scheffers

54. Strandleven

Christine met de puntjes
ligt ongenaakbaar op haar handdoek
een oranje-blauw gestreept exemplaar

wij liggen iets hoger tegen het duin
in onze oversized zwembroeken
op deze hete middag
is er buiten die puntjes niets

af en aan lopen wij
steelse blikken werpend
dicht langs haar heen
naar de zee

hoe diep die is
interesseert ons geen zier
zolang het water maar
tot boven onze middel komt

Bert Reigor

55. Diepte

De zeeën rijzen en dalen 
in de zwaartekracht
tussen hemel en aarde.

Werelden plakken aan
met vage grenzen,
vergankelijk in de tijd.

Uren werpen licht en donker
op de immense waterplas
verdeeld in etmalen.

Dansend boven toppen
van de golvende horizon
zweven onze dromen.

Het kind droomt kastelen,
zee glanst in onze ogen
als waterspiegels en zie

hoe een keten van druppels,
geweven door de wereld          
het leven is, oneindig diep.

Marijke Zeegers

56. hoe diep is de zee

ik stel de vraag eerst aan het water
dat overvalt me met de vloed en
trekt zich dan terug

de golf brengt me een mossel mee
die blijft het antwoord schuldig in
oksels van haar schelp

het zeewier spreidt zijn slierten uit
ze zullen snel vergrijzen in vormen
van vergetelheid

een meeuw kijkt zwijgend over zee
hij ziet de stroming deinen en peilt
de richting van de wind

zijn wijze lijf weet van verandering
berust in spel van elk getij en kent
de taal van zon en maan

hij zegt..
de zee is misschien net zo diep
als liefde soms of dieper nog
zolang ze kan bewegen

Anneke Wasscher

57.

“Ik lig hier maar, op de bodem van de zee” verzuchte het zandkorreltje, “was ik maar een wier, dan kon ik groter groeien.”

“Ik dwarrel maar wat rond in het water” dreinde het wier, “was ik maar een vis, dan kon ik zwemmen en algen eten.”

“Ik heb maar één leven” jammerde de vis, “was ik maar een boot, dan ging ik nooit dood.”

“Ik ben overal heen gevaren, maar het heeft mij nooit ergens gebracht”, mijmerde de boot, “was ik maar thuis gebleven.“

Marleen van der Werf

58.

diep geschrokken
door spleetjes van ogen
zagen we een gestreepte vis die
heel langzaam
steeds dieper zwom
en tenslotte op de bodem
een slok steentjes nam

Marieke Verheul

59. Hoe  diep

Hoe diep is het water van je baai?
hoe sterk je golfslag?
Hoe stil zijn je oevers
Waarop ik bezinnen mag?

Hoe woelig is je schuim vandaag,
hoe zacht je zout?
Wil je me verdrinken
of mag ik drijven op je blauw?

Robért Geens

60. Zandkorrels

Eén gouden zandkorrel
nog  één, nog één en nog één
miljoenen gouden zandkorrels
langs de kustlijn van de zee.

En in dat natte gouden zand
staat een getekend hart 
met onze namen
een herinnering aan
ons gouden huwelijk
even maar
dan overspoelt een golf
uit het diepste van de zee
de herinnering
naar de vergetelheid.

Ik weet
onze liefde is
dieper dan de diepste zee
maar vraag mij af
hoe diep is de zee?

Corry Overmars

61. Wat een zon ondergaat

avond aan avond aan… zoent
zon horizon, ze
zakt in zilt in schuimend bruis,
zwerft in stilzuidzeese oceaan,
vangt in eigen laatste licht het
wereldwonder: vis vis vis
te zien zwemmen van van onder.

Zon dooft, beroofd van kracht uit kern,
wacht zwart, nat
in nacht een gat.

alleen zon ziet hoe duivelsdiep
maanvis
marsdiep
zeester
venuschelp

Peter van den Berg