|
Op vrijdagavond 29 juni 2012 zijn de winnaars bekend geworden van de Gouden Zandkorrel en het Zilveren Scheermes 2012. Tijdens een muzikale maar vooral gezellige avond maakten de beide vakjurys de winnaars van de gedichtenwedstrijd en de fotowedstrijd bekend. Left Six leidde de avond in met een geweldig optreden. Het intermezzo werd door twee zangeressen verzorgd. Na afloop van alle feestelijkheden sloot Left Six weer af. Zie ook: youtube.
Bij de gedichtenwedstrijd zijn de winnaars:
1. Zeevrouw van Bob Vanden Broeck
2. Hoe diep de zee is van Marieke Rijneveld
3. Onmetelijk van Amos Kurzweil
De publieksprijs ging naar: Marjolein van Driel
Bij de kinderen van de Wakersduinschool gingen de prijzen naar:
1. Alleen een vis van Annabel Wassenaar
2. De Zee van Jill v.d. Hoven
3. De Zee van Danielle Steenvoorden
Bij de fotowedstrijd zijn de winnaars:
1. Anke Thoonen (Voorhout) de opgeslokte regenboog
2. Jacqueline van der Zalm (Noordwijk) roos aan de waterkant
3. Monica Stuurop (Noordwijk) meisje op zandhoop
De publieksprijs ging naar: Anke Thoonen
Mooi detail: de winnaar van het Zilveren Scheermes voor de beste foto Anke Thoonen is partner van een eerdere winnaar van de Gouden Zandkorrel, Claus van der Salm. Twee mooie prijzen op de schoorsteenmantel!
Onderstaand kunt u de twee juryrapporten nog eens nalezen.
JURYRAPPORT GOUDEN ZANDKORREL 2012
Voor de Gouden Zandkorrel 2012 werden 61 gedichten ingezonden. Er zijn 6 genomineerden. De genomineerden zijn, in volstrekt willekeurige volgorde, Hoe diep is de zee van Ferrie Moene, Kalksteengroeve Winterswijk van Bennie Sieverink, Zeevrouw van Bob van den Broeck, Hoe diep de zee is van Marieke Rijneveld, Onmetelijk van Amos Kurzweil en Diep van Kate Schlingemann. Dat deze gedichten genomineerd zijn, is op zich al een felicitatie waard. Er valt veel moois in te genieten. Uit deze gedichten heeft de jury drie teksten gekozen voor, respectievelijk, de derde, tweede en eerste plaats.
Wij beginnen met Onmetelijk van Amos Kurzweil.
Een vreemde vogel stort als een Icarus in een woeste zee, na de traumatische ervaring van een achtervolging door “zwarte vogels met blanke dolken”. In de onmetelijke stilte en diepte van de zee wordt hij gegroet door een geweldige witte vis, die aan Moby Dick doet denken. Na deze ontmoeting kan hij aan de diepte ontstijgen. Als de aangespoelde vogel aan de vloedlijn bij zinnen komt, wordt hij door “de heren van de EHBZ” (eerste hulp bij zeezoogdieren) aan een diepteanalyse onderworpen over zijn ervaringen in de onmetelijke diepte. Was er woede? ”Hoorde je op het laatst niet in de verte een cello spelen?” Een verrukkelijke vraag, maar een vogel is geen zoogdier en er kan twijfel zijn aan de kwalificaties van “die heren van de EHBZ”. Uiteindelijk herstelt de vogel niet door ingrijpen van de EHBZ. Door de weldadige, natuurlijke warmte van de zon, herrijst hij als een Phoenix. Het gedicht is sterk qua inhoud en beeldrijk taalgebruik. De dichter geeft als toelichting bij de tekst dat het een haibun is. Een haibun is Japanse dichtkunst waarin proza en poëzie met elkaar vermengd zijn. Vaak is een haibun autobiografisch, te lezen als een reisdagboek. Men kan de tekst Onmetelijk in dat licht beschouwen, maar tegelijk vragen plaatsen bij een aantal vormaspecten (Wat is de rationale achter de lay out?), terwijl ook de verwoording van de directe, buitentalige, zintuiglijke impressie, die zo karakteristiek is voor een (17 lettergrepige) haiku, in dit gedicht niet gerealiseerd wordt. De jury kent aan Onmetelijk geschreven door Amos Kurzweil de derde prijs toe.
Vervolgens bespreken wij het gedicht Hoe diep de zee is van Marieke Rijneveld.
Marieke Rijneveld heeft de vraag hoe diep de zee is, beantwoord met een mooi, goedlopend gedicht, luchtig en geruststellend als een verhaaltje voor het slapen gaan. In de eerste strofe is er sprake van het algemeen bekende: “We denken allemaal te weten hoe diep de zee is…”. Er klinkt een aanvangsoptimisme uit het vervolg: “…alsof we het hebben over het halfvolle glas, waar de bodem altijd verder weg is dan we denken”. Geleidelijk echter worden we geconfronteerd met het inzicht dat het glas leeg wordt en dat we het allemaal niet zo goed meer weten. In de tweede strofe worden we later in de tijd geplaatst. Dit wordt bereikt met de mooie regel “We hadden het over iets anders en de zomers verstreken”. De magie van goede poëzie is gelegen in dit soort effectieve, schoongewassen taal waarvan het niet per woord is uit te leggen waarin de schoonheid is gelegen. De ik-figuur keert terug naar de vraag. Ze zegt de zee wel te rusten door een schelp en beschrijft een droom waarin ze over de zeebodem loopt en uitkomt bij een dorp waar de winning van zeezout en zeewier plaatsvindt. De tekst laat ons genieten van speelse, creatieve vondsten als “keukenzoutboerderijen en zeewierapotheken”. “De vissersman achter de balie met gezonde kwallenkoeken” onthult tenslotte door middel van een geheimzinnige, maar uiteraard kloppende, formule hoe diep de zee is: “de zee is net zo diep, als de lengte van de golven keer twee, maal de reistijd om Engeland te bezoeken.” De jury concludeert dat het aantal variabelen in deze formule garant staat voor een correcte uitkomst. Als kleine kritische noot voegt de jury voor mogelijk latere publicatie van het gedicht toe, dat in de voorlaatste regel het woord “vertelde” vervangen zou kunnen worden door “onthulde”. Dat zou inhoudelijk sterker zijn en voorkomt ook herhaling van het werkwoord “vertellen” in de vorige regel. De jury kent aan Hoe diep de zee is van Marieke Rijneveld de tweede prijs toe.
Wij komen dan bij het winnende gedicht.
De winnaar van de Gouden Zandkorrel 2012 confronteert ons op originele en literair overtuigende wijze met een harde realiteit. In Zeevrouw van Bob van den Broeck wordt de zee niet afgebeeld als de nog vruchtbare moeder waaruit alle leven op onze aarde is voortgekomen, maar wordt de zee, vol mededogen maar niets ontziend, gezien als een door kanker aangetaste grootmoeder, vervuild, vergiftigd en kapotgemaakt door het leven dat zij ooit zelf heeft gebaard. Het gedicht impliceert dat de zee met de evolutie van de hedendaagse mens ook haar eigen slopende ziekte heeft gebaard. Terwijl de grootmoeder wordt opgemeten voor haar doodkist (het thema was immers ‘Hoe diep is de zee?’) lezen wij dat: “leven op aarde baren haar grijze haren gaf” en dat: “zij het verzuimde die af te scheren”. De zee heeft geleidelijk haar zelfreinigend vermogen verloren. Men denke bij de vuile grijze haren op haar hoofd, bijvoorbeeld aan het plakkaat van 100 miljard kilo plastic afval, zo groot als Frankrijk, Duitsland en Spanje samen, dat op de oceaan drijft. Als reactie van de zeevrouw op de vernietigende chemokuren waaraan de mens haar heeft blootgesteld, lezen wij: “scheerschuim ruig afvegend op stranden, schelpen brakend van medicijnen die niet werkten”. Een deerniswekkend en genadeloos dubbelbeeld van zee en oma, met daarin ook nog de kromme poten van het kankersymbool, vinden we in: “Ik mat mijn oma van op haar haargolven tot onder haar verkalkte krabbepoten”. We zien de zeevrouw ten slotte als een klein gestorven oma-tje, als we lezen: “Ik denk niet dat ik met een meter zestig benaderde hoe diep haar water was. Een meter zestig klinkt zo kaal als haar hoofd bij de laatste keer dat ik haar zag.” Lengte en breedte zijn exact te meten, maar wat onder het oppervlakkig waarneembare schuil ging, laten we niet tot ons doordringen. In het winnende gedicht Zeevrouw ziet Bob van den Broeck die harde realiteit onder ogen.
De jury, Jacomine Vooys, Nico van den Raad, Bob Rigter
JURYRAPPORT KINDERGEDICHTEN 2012
Bij de kindergedichten komt De Zee van Danielle Steenvoorden als derde uit de bus.
Danielle heeft een zintuiglijk gedichtje gemaakt. Zij benoemt in een goed, sober verslagje het effect van zee en strand op drie van onze zintuigen.
Het gedichtje De Zee van Jill v.d. Hoven is nummer twee.
Jill heeft goed om zich heen gekeken. Haar gedichtje vertelt precies waar ze loopt, wat ze ziet en wat ze voelt. Je zou bijna een kruisje op de boulevard kunnen zetten waar ze zich bevond toen ze dit gedichtje bedacht. Dat in de laatste zin de vlaggen met haar haren mee wapperen, is leuk gevonden.
Nummer een in de categorie kindergedichten is Alleen een vis van Annabel Wassenaar.
Annabel gaat in haar gedichtje mee het water in, bedenkt zich dan dat het toch wel erg diep is en waarschijnlijk ook wel stil, en dan krijgt ze het gevoel dat het strand eigenlijk ook wel fijn is. Een mooi, zuiver, natuurlijk lopend gedichtje met een herkenbare reactie op de diepte van de zee. Een aardig einde, en een duidelijke conclusie dat alleen een vis weet hoe diep de zee is.
De jury, Jacomine Vooys, Nico van den Raad, Bob Rigter
Juryrapport Het Zilveren Scheermes 2012
Onderstaand vindt u de bevindingen van de jury voor de fotowedstrijd; ‘hoe diep is de zee’. De jury heeft gelet op de volgende punten:
a. is de foto in het kader van het thema van deze wedstrijd “Hoe diep is de zee?” b. wat is het verhaal dat verteld wordt? c. een herkenbaar duidelijk technisch vernuft d. de compositie van de foto.
1e prijs: de opgeslokte regenboog (Anke Thoonen uit Voorhout)
De regenboog wordt gezien als een teken van hoop. De boog loopt door in de weerspiegeling van het water; 'hoe diep is de zee'. De regenboog is hier ook een goddelijk meetinstrument van de zee. De duimstok van de goden, geheel volgens het motto: effe checken, hoe diep is de zee ook al weer? Om dan als god gerust gesteld te zijn, ja, zeer diep. Gewoon een teken, dat je als mens niet almachtig bent, dat je wel alles kunt weten en meten maar desondanks niet alles kan begrijpen of zien. De horizon van de foto ligt niet in het midden, wat de foto nog krachtiger maakt. Verder is de foto niet in scene gezet. Qua techniek.... Het licht op de foto is prachtig; het felle zonlicht tegen de donkere lucht. Hierdoor is het een erg symbolisch plaatje. Bijna geschilderd volgens oude schildertechnieken.
2e prijs: roos aan de waterkant (Jacqueline v.d. Zalm uit Noordwijk) In deze foto zit een duidelijke boodschap, maar het verhaal is open. De zee geeft en de zee neemt. Aangespoeld of neergelegd als een lauwerkrans? Het takje van de roos raakt de waterlijn wat ons extra aanspreekt in deze foto. Deze foto past goed in het thema: 'hoe diep is de zee'. De foto is mooi geënsceneerd; de bloemen op de voorgrond en de stelen naar achteren. Ook technisch zit de foto prima in elkaar.
3e prijs: meisje op zandhoop (Monica Stuurop uit Noordwijk) Dit soort foto's zie je vaak met kinderen, staande op grote zandhopen. Met de dreigende vloed op de achtergrond, ‘dadelijk’ worden we overspoeld........ en is ons eilandje weg en zijn de sokken nat …. of meer dan nat!!! Dit is een fraaie compositie; een jonge vrouw in een onschuldige witte jurk op een miniverhoging tussen aanspoelende golven en het drogere zand, in een sierlijke houding. Dit is een foto met een verhaal; een geënsceneerd spel, maar 'Hoe diep is de zee?' Wat als ze niet weg kan of mag, wat als er een tsunami aangerold komt, wat als zij watervrees heeft. In de schoonheid zit een dreiging, je blik wordt door dat hurkende meisje geboeit maar tevens is er die spiegeling op de voorgrond. Hier word je als kijker geprikkeld, hier kan je fantasie z'n eigen gang gaan en dat maakt deze foto boeiend. Hier begint dus de vraag; 'hoe diep is de zee?' en geeft geen antwoord. Deze foto is technisch perfect, mooie compositie en een juiste keuze voor zwart/wit. De horizon is hoog wat ons erg aanspreekt.
De jury, Piet Broekhof, Ortrud Brandes, Hans Vink
|